Je zit achter je scherm, het is een rustige dinsdagavond in september, en je opent voor de zekerheid alvast je aangiftesoftware van vorig jaar om te zien wat je kunt verwachten. De zelfstandigenaftrek staat er nog steeds op als een vaste post, net als altijd. Maar het bedrag dat je gewend was — jarenlang duizenden euro's — is de afgelopen jaren stilletjes gekrompen tot een fractie daarvan, en in 2027 wordt het nog kleiner. Voor veel zzp'ers komt dat harder aan dan de jaarlijkse discussie over box 3 of de energierekening, simpelweg omdat het rechtstreeks uit je winst wordt gehaald.
Wat er precies verandert
De zelfstandigenaftrek is de aftrekpost waarmee zelfstandig ondernemers hun belastbare winst verlagen, mits ze aan het urencriterium voldoen. Je trekt het bedrag af van je winst in box 1, voordat de inkomstenbelasting wordt berekend — geen ingewikkelde formule, gewoon een vast bedrag per jaar. Alleen is dat vaste bedrag allesbehalve stabiel gebleken. In 2024 kregen ondernemers nog €3.750 aftrek. In 2025 zakte dat naar €2.470. Voor 2026, het jaar waarin je nu zit, is het bedrag officieel €1.200. En in 2027 gaat de teller verder omlaag naar €900, een bedrag dat al sinds de wetswijziging van 2023 vaststaat en dus geen onderwerp van onderhandeling meer is tijdens Prinsjesdag.
Dat laatste is belangrijk om helder te hebben, want elk jaar rond half september ontstaat er verwarring. Prinsjesdag valt dit jaar op dinsdag 15 september, en de Miljoenennota die het kabinet die dag presenteert, kan best nieuwe fiscale maatregelen bevatten voor 2027. Maar de daling van de zelfstandigenaftrek naar €900 hoort daar niet bij — dat traject ligt al jaren vast en verandert het kabinet niet zomaar via een begrotingsstuk. Verwacht dus geen verrassing op dat vlak in de troonrede, wel eventueel op andere thema's zoals de arbeidskorting of de vermogensrendementsheffing in box 3.
Waarom de overheid hiermee doorgaat
Sinds 2020 bouwt de overheid de zelfstandigenaftrek gestaag af, met als officiële reden het verkleinen van het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandigen. Een werknemer met hetzelfde bruto-inkomen als jij betaalt namelijk meer belasting, simpelweg omdat die geen toegang heeft tot ondernemersaftrekken zoals de jouwe. Het kabinet vindt dat verschil te groot geworden en kiest ervoor het te dichten door de aftrek voor zelfstandigen te verlagen in plaats van de belasting voor werknemers te verhogen — een politiek eenvoudigere weg, ook al voelt die voor jou als ondernemer allesbehalve eenvoudig.
Is dat eerlijk? Dat hangt af van wie je het vraagt. Werknemers bouwen automatisch pensioen op via hun werkgever, hebben recht op doorbetaling bij ziekte en genieten ontslagbescherming — allemaal zaken waar jij als zzp'er zelf voor moet zorgen en die de zelfstandigenaftrek van oudsher deels compenseerde. Nu die compensatie verdwijnt, verdwijnt het risico dat je zelf draagt niet mee. Dat is precies het punt waarop veel zelfstandigenorganisaties, waaronder PZO en ZZP Nederland, al jaren wijzen: de aftrek zakt sneller dan het aanvullende vangnet groeit. Het is een reële spanning tussen twee groepen die allebei hun eigen risico's dragen, geen zwart-witverhaal met één schuldige.
Wat dit concreet betekent voor jouw aanslag
Reken het even mee. Het belastingvoordeel van de zelfstandigenaftrek wordt in de laagste schijf van box 1 berekend tegen een tarief van 37,56%. Het verschil tussen de aftrek van 2026 (€1.200) en die van 2027 (€900) is €300 — dat levert je in 2027 dus ongeveer €113 meer aan te betalen belasting op dan in 2026, puur door deze ene maatregel. Vergelijk dat met 2024, toen de aftrek nog €3.750 was: het verschil met 2027 loopt dan op tot €2.850 minder aftrek, oftewel ruim €1.070 extra belasting per jaar ten opzichte van drie jaar eerder. Voor een zzp'er met een modale winst is dat geen rode cijfers, maar het scheelt wel een paar maanden gemiddelde energierekening.
Belangrijk is dat de zelfstandigenaftrek nooit hoger mag zijn dan je winst vóór ondernemersaftrek — bij een verlieslatend jaar of een heel laag resultaat kun je het bedrag dus niet volledig benutten. Gelukkig hoeft dat niet meteen verloren te gaan: niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek mag je tot negen jaar later alsnog verrekenen, zodra je winst dat toelaat. Bereik je de AOW-leeftijd al vóór 1 januari van het belastingjaar, dan geldt bovendien nog maar de helft van het normale bedrag, dus €450 in plaats van €900 in 2027.
Zo bereid je je nu al voor
September is precies het moment om te schakelen, niet pas in april wanneer de aangifte al klaarligt. Begin met een realistische reservering: zet een vast percentage van elke factuur apart voor de Belastingdienst, en verhoog dat percentage licht ten opzichte van vorig jaar om de extra belasting door de lagere aftrek op te vangen. Wie dat structureel op een aparte spaarrekening zet, voorkomt in het voorjaar een onaangename verrassing bij de voorlopige aanslag.
Een paar concrete acties die nu al lonen, en zeker geen uitputtende lijst:
- Check of je nog recht hebt op de startersaftrek van €2.123 — die mag je in de eerste vijf kalenderjaren van je onderneming maximaal drie keer toepassen, bovenop de gewone zelfstandigenaftrek, en veel starters vergeten dat die telling al loopt vanaf het jaar van inschrijving bij de KVK.
- Tel je uren nog voordat het jaar voorbij is. Het urencriterium van 1.225 uur per kalenderjaar is een harde grens: kom je daar net onder, dan vervalt niet alleen de zelfstandigenaftrek maar ook de startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling blijft het enige dat overeind blijft.
- Overweeg lijfrente als alternatieve aftrekpost. Stort je vóór 31 december in de derde pijler, dan verlaag je je box 1-inkomen dit jaar nog, terwijl je tegelijk bouwt aan een aanvulling op je AOW die de dalende zelfstandigenaftrek deels compenseert.
- Kijk kritisch naar je uurtarief. Als de fiscale ruimte kleiner wordt, is dat vaak het duwtje om eindelijk die tariefsverhoging door te voeren die je al een jaar voor je uitschuift.
Vermijd de valkuil om grote investeringen zomaar naar januari te verschuiven "omdat het dan toch weer een nieuw jaar is" — kijk eerst of je dit jaar nog ruimte hebt binnen de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek voordat je iets uitstelt. Niet elke uitgave levert daadwerkelijk voordeel op, en soms is het slimmer om een aankoop juist te spreiden over twee boekjaren dan om alles voor 31 december te proppen.
De lijfrente als tegenwicht
Een lijfrente is voor veel zzp'ers de meest voor de hand liggende manier om het verlies aan zelfstandigenaftrek te compenseren, en toch wordt die mogelijkheid stelselmatig onderbenut. Beter is om nu, ruim vóór de jaarwisseling, uit te rekenen hoeveel jaarruimte je nog hebt — de rekentool op de website van de Belastingdienst geeft daar in een paar minuten duidelijkheid over — en die ruimte ook daadwerkelijk te benutten in plaats van hem stilzwijgend te laten vervallen. De aftrek werkt namelijk pas als de premie ook echt is betaald in het jaar waarin je hem wilt aftrekken, niet in het jaar waarin je de knoop doorhakt.
Wat je beter niet doet
Niet nodig is om nu halsoverkop je rechtsvorm te wijzigen naar een bv puur vanwege de dalende zelfstandigenaftrek — die stap heeft zoveel andere financiële en juridische gevolgen dat één aftrekpost daar zelden de doorslaggevende factor voor mag zijn. Laat je daarvoor eerst adviseren door een boekhouder die je hele situatie kent, niet alleen dit ene cijfer. Evenmin is het verstandig om de startersaftrek versneld in te zetten als je hem eigenlijk nog niet nodig hebt: drie keer is drie keer, en een jaar waarin je winst toch al laag is, is fiscaal een minder waardevol moment om die aftrek te gebruiken dan een jaar waarin je winst juist een piek maakt.
De komende jaren gaat de zelfstandigenaftrek hoe dan ook verder richting een bedrag dat nauwelijks nog telt, en dat weet je nu al voordat de Miljoenennota van 15 september is voorgelezen. Wacht niet tot je boekhouder in maart met een verrassing komt — zet vanaf deze maand een iets hoger percentage opzij, controleer je lijfrenteruimte, en tel je uren nog één keer na voordat het jaar om is.