Box 3 in 2026: waarom je belastingaangifte over spaargeld dit jaar extra aandacht verdient

Duizenden spaarders krijgen dit jaar alsnog geld terug via het rechtsherstel box 3 — maar alleen als ze zelf actie ondernemen. Dit is waar je op moet letten.

Box 3 in 2026: waarom je belastingaangifte over spaargeld dit jaar extra aandacht verdient

Half augustus, en bij veel huishoudens ligt de definitieve aanslag inkomstenbelasting nog steeds niet in de brievenbus. Wie voor 1 mei aangifte deed, kreeg misschien al bericht van de Belastingdienst; wie uitstel aanvroeg, wacht tot in het najaar. Voor spaarders en kleine beleggers is dat wachten dit jaar geen formaliteit. Sinds de Kerstavonduitspraak van de Hoge Raad uit 2021 zit box 3 in een langgerekte overgangsfase, en 2026 is het jaar waarin die overgang concreet wordt voor iedereen met vermogen boven de vrijstelling.

Wat er precies mis was met box 3

Tot 2021 rekende de Belastingdienst iedereen met spaargeld en beleggingen een fictief rendement toe, ongeacht wat je werkelijk verdiende. Had je 80.000 euro op een spaarrekening staan die 0,1% rente gaf, dan werd je toch belast alsof je een veel hoger rendement had gehaald — een systeem dat de Hoge Raad in strijd verklaarde met het eigendomsrecht uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het gevolg is een reeks herstelwetten: eerst de Wet rechtsherstel box 3, daarna de Overbruggingswet box 3, en inmiddels ligt er een wetsvoorstel voor een systeem op basis van werkelijk rendement, met beoogde invoering per 2028. Tot die tijd werkt de Belastingdienst met een forfaitair stelsel dat onderscheid maakt tussen drie vermogenscategorieën: banktegoeden, overige bezittingen (zoals aandelen en tweede woningen) en schulden, elk met een eigen forfaitair percentage dat jaarlijks wordt vastgesteld op basis van werkelijk gerealiseerde marktrendementen.

Voor spaargeld pakt dat gunstiger uit dan vóór 2023, simpelweg omdat het forfait voor banktegoeden is losgekoppeld van het veel hogere forfait voor beleggingen. Wie voornamelijk spaart, betaalt dus minder dan wie een aandelenportefeuille bij DEGIRO of Bux aanhoudt. Het heffingsvrije vermogen — het bedrag waarover je helemaal geen box 3-belasting betaalt — lag voor het belastingjaar 2025 op ruim 57.000 euro per persoon, oftewel meer dan 114.000 euro voor fiscale partners samen. Alles daarboven wordt belast tegen een tarief van 36%, berekend over het forfaitaire rendement van dat jaar.

Wie nu nog rechtsherstel kan claimen

Hier wordt het interessant voor wie de afgelopen jaren nooit bezwaar heeft gemaakt. De Belastingdienst heeft rechtsherstel automatisch toegepast op aanslagen die nog niet onherroepelijk vaststonden op de datum van de Hoge Raad-uitspraak, maar voor oudere jaren — met name 2017 tot en met 2020 — moest je zelf tijdig bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering indienen. Wie dat destijds niet deed, viste in de meeste gevallen achter het net. Toch loont het de moeite om je oude aanslagen erbij te pakken: als je destijds vooral spaargeld had en nauwelijks beleggingen, kan een herberekening met het spaargeld-forfait alsnog in je voordeel uitpakken, ook zonder dat je bezwaar maakte, omdat de Belastingdienst voor bepaalde categorieën een ambtshalve toets uitvoert.

Check daarom eerst je Mijn Belastingdienst-omgeving op berichten over rechtsherstel, en bel bij twijfel de BelastingTelefoon (0800-0543) voordat je zelf een adviseur inschakelt — dat scheelt al gauw 150 tot 300 euro aan advieskosten voor iets wat de Belastingdienst gratis voor je kan nakijken.

Reken het zelf na met de rekentool

De Belastingdienst biedt op belastingdienst.nl een rekenhulp waarmee je het verschil tussen het oude en het nieuwe forfaitaire stelsel voor je eigen situatie kunt bepalen. Vul je vermogen per 1 januari van het betreffende jaar in, uitgesplitst naar spaargeld, beleggingen en schulden, en de tool laat zien of herberekening voordeel oplevert. Doe dit vooral als je in de jaren 2019 tot en met 2022 een gemengd vermogen had — juist die combinatie van weinig rendement op spaargeld en een fictief hoog totaalrendement zorgde voor de grootste overbelasting.

En hoe zit het met dit belastingjaar zelf?

Voor de aangifte over 2025, die je dit voorjaar indiende of waarvoor je uitstel kreeg tot 1 november, geldt het huidige forfaitaire systeem gewoon. Dat betekent: verzamel de saldi van al je spaar- en betaalrekeningen per 1 januari 2025, tel eventuele beleggingen en de WOZ-waarde van een tweede woning erbij op, en trek eventuele schulden — met uitzondering van een klein schuldendrempelbedrag — daarvan af. Zit je onder de vrijstelling, dan hoef je in de meeste gevallen niets extra te doen. Zit je erboven, controleer dan of de vooraf ingevulde gegevens van je bank kloppen. Fouten in de vooringevulde aangifte komen vaker voor dan je zou denken, vooral bij spaarrekeningen bij kleinere aanbieders zoals Raisin of Northern Trust die niet altijd tijdig gegevens aanleveren aan de Belastingdienst.

Een paar dingen zijn het overwegen waard, ook al is niet elke aanpassing voor iedereen verstandig. Vermogen verschuiven naar een spaarrekening op naam van een kind met een laag eigen vermogen kan het gezinsvermogen fiscaal gunstiger spreiden, maar let op: sinds de invoering van de peildatumarbitrage-bepaling accepteert de Belastingdienst geen kunstmatige verschuivingen vlak vóór 1 januari die enkel bedoeld zijn om de aanslag te drukken. Een vroegtijdige aflossing van de hypotheek in box 1 heeft dan weer geen enkel effect op box 3, omdat de eigen woning in een ander belastingbox valt — een vergissing die opvallend vaak voorkomt bij mensen die net hun hypotheek hebben afgelost.

Wat verandert er met de nieuwe wet werkelijk rendement

Het wetsvoorstel voor een stelsel op basis van werkelijk rendement ligt al enige tijd bij de Tweede Kamer en de beoogde ingangsdatum is inmiddels opgeschoven naar 2028. In dat nieuwe systeem betaal je belasting over wat je daadwerkelijk verdient aan rente, dividend, huurinkomsten en waardestijging, in plaats van over een forfaitair gemiddelde. Voor spaarders met een simpele spaarrekening verandert er relatief weinig, omdat rente-inkomsten al vrij dicht bij het huidige spaargeld-forfait liggen. Voor beleggers met veel ongerealiseerde koerswinst ligt dat anders: die winst wordt in het nieuwe voorstel jaarlijks belast, ook als je de aandelen niet verkoopt, tenzij je kiest voor uitstel via een vermogensaanwasbelasting-variant met rentevergoeding aan de fiscus.

Mijn advies aan wie nu twijfelt of het loont om vermogen anders in te richten: wacht niet tot 2028 om je situatie in kaart te brengen. Praat dit najaar al met je bank of een onafhankelijk fiscalist over hoe jouw portefeuille zich verhoudt tot het huidige én het toekomstige stelsel — vooral als je een aanzienlijk deel van je vermogen in niet-liquide beleggingen hebt zitten, zoals een tweede woning of aandelen in een familiebedrijf, waarvoor het straks lastiger wordt om jaarlijks een reële waardestijging vast te stellen.

Een goede financiële planner rekent je bij zo'n gesprek meestal twee scenario's voor: wat het huidige forfaitaire stelsel je vóór 2028 kost, en wat een vergelijkbare portefeuille onder werkelijk rendement zou opleveren zodra de nieuwe wet ingaat. Uit die vergelijking komen vaak verrassende ideeën naar voren — bijvoorbeeld dat het voordeliger is om een deel van je beleggingen dit jaar al te verkopen en de winst gecontroleerd te nemen, in plaats van te wachten tot een stelsel waarin je over niet-gerealiseerde koerswinst evengoed belasting betaalt. Geïnteresseerden in zo'n herschikking doen er goed aan dit ruim vóór het einde van het jaar te bespreken, want de meeste banken en fiscalisten hebben in december nauwelijks nog agendaruimte.

Drie concrete stappen voor deze maand

  • Log in op Mijn Belastingdienst en controleer of er een bericht staat over rechtsherstel voor de jaren 2017-2020.
  • Vergelijk de vooraf ingevulde saldi in je aangifte 2025 met je eigen jaaroverzichten van de bank — een spaarrekening bij een buitenlandse aanbieder wordt niet altijd automatisch doorgegeven.
  • Bereken met de officiële rekenhulp of herberekening volgens het spaargeld-forfait in jouw geval voordeel oplevert, en dien zo nodig alsnog een verzoek in.

Wie dit gewoon laat liggen, loopt in het slechtste geval een paar honderd euro mis over een periode van meerdere jaren. Dat is geen astronomisch bedrag, maar het is wel geld dat voor het oprapen ligt zonder dat je er een adviseur voor hoeft te betalen.