Je pensioen verandert, en je hebt er waarschijnlijk nog amper iets van gemerkt. Sinds de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in juli 2023 inging, zetten alle pensioenfondsen hun deelnemers stapsgewijs over naar het nieuwe stelsel. De meeste fondsen doen dat tussen 2025 en 1 januari 2028. Voor miljoenen Nederlanders valt het invaarmoment dus precies in deze periode — en juist in 2026 sturen veel fondsen de eerste brieven over je nieuwe pensioenpot.
Het oude systeem beloofde je een vast bedrag per maand vanaf je AOW-leeftijd. Dat klonk zeker, maar bleek het niet: pensioenen werden jarenlang niet of nauwelijks verhoogd terwijl de prijzen stegen. In het nieuwe stelsel krijg je een persoonlijke pensioenpot waarvan je de waarde kunt zien bewegen. Stijgt de beurs, dan groeit je pot harder. Daalt die, dan voel je dat ook — al worden de schommelingen voor mensen vlak voor hun pensioen flink gedempt. Dit is de grootste verbouwing van het Nederlandse pensioen in vijftig jaar, en de meeste mensen laten de brief ongelezen in een la liggen.
Wat er concreet voor je verandert
De premie die jij en je werkgever inleggen, gaat voortaan voor iedereen naar een eigen reservering. Geen ondoorzichtige collectieve belofte meer, maar een bedrag dat bij jou hoort. Je ziet straks in je Pensioen 1-2-3 en op mijnpensioenoverzicht.nl wat je hebt opgebouwd, wat je verwachte pensioen is in een goed-, verwacht- en slechtweerscenario, en hoeveel risico je fonds voor jouw leeftijd neemt.
Eén ding dat veel mensen verrast: jongeren krijgen in het nieuwe stelsel relatief minder premie-opbouw dan vroeger, ouderen rond de 45 tot 60 juist meer. Wie net in die middengroep zit en overstapt, kan een compensatie krijgen. Of die er komt en hoe hoog die is, verschilt per fonds — ABP pakt het anders aan dan PFZW of het pensioenfonds Metaal en Techniek. Lees daarom de brief van jouw eigen fonds, niet een algemeen nieuwsbericht.
De AOW staat hier los van
Let op het verschil tussen je AOW en je werknemerspensioen. De AOW is de basisuitkering van de overheid en verandert niet door de Wtp. In 2026 ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar, en de gehuwden-AOW komt rond de 1.050 euro netto per persoon per maand uit, alleenstaanden op ongeveer 1.540 euro netto. Dat is je vloer. Het pensioen via je werk komt daar bovenop — en juist dat deel zit nu in de verbouwing.
De vijf dingen die je deze maand zou moeten doen
Je hoeft geen financieel expert te worden. Maar een halfuur op een regenachtige zondag levert je meer op dan de meeste mensen denken.
- Log in op mijnpensioenoverzicht.nl met je DigiD en kijk wat je totale verwachte pensioen is, inclusief AOW. Veel mensen schrikken van het bedrag — in beide richtingen.
- Tel je oude potjes op. Heb je bij drie werkgevers gewerkt, dan heb je waarschijnlijk drie pensioenfondsen. Ze staan allemaal op dat ene overzicht.
- Check of er een pensioengat is. Wie jaren als zzp'er werkte, een periode in het buitenland zat of veel parttime heeft gewerkt, bouwt minder op dan een werknemer met een vol dienstverband.
- Lees de invaarbrief van je fonds als die al binnen is, en zoek specifiek naar het woord compensatie.
- Heb je geen pensioen via je werk — zoals veel zelfstandigen — bekijk dan of een lijfrente of een banksparen-pensioenrekening past. De inleg is tot je jaarruimte aftrekbaar in box 1.
Zelf bijsparen: loont het echt?
Voor zzp'ers en mensen met een pensioengat is de vraag niet of je iets moet doen, maar wat. De fiscaal vriendelijkste route loopt via je jaarruimte: het bedrag dat je dit jaar fiscaal gunstig opzij mag zetten omdat je pensioenopbouw achterblijft. Voor 2026 ligt de maximale jaarruimte rond de 30 procent van je premiegrondslag, met een bovengrens van ruwweg 35.000 euro. Wat je inlegt op een geblokkeerde lijfrente- of banksparenrekening, trek je af in box 1 — bij een inkomen rond modaal scheelt dat al snel 37 procent belasting op je inleg.
Beter is het om dat geld op een aparte, geblokkeerde pensioenrekening te zetten dan op een gewone spaarrekening. Niet alleen vanwege de aftrek, maar ook omdat geblokkeerd pensioenvermogen buiten box 3 valt. Op je gewone spaargeld en beleggingen betaal je in 2026 wél vermogensbelasting zodra je boven het heffingvrije vermogen van 57.684 euro per persoon uitkomt. Pensioengeld dat vaststaat tot je AOW telt daar niet in mee.
De keerzijde — en die hoor je zelden in de reclame — is dat je niet meer bij dat geld kunt. Stop je 10.000 euro in een lijfrente en je dak gaat lekken, dan moet je het ergens anders vandaan halen. Vroegtijdig opnemen kost je 20 procent revisierente bovenop de gewone belasting. Zet daarom alleen geld vast dat je tot je pensioen echt kunt missen, en houd een aparte buffer voor de auto die ermee ophoudt of de tandarts die je niet had ingepland.
De grootste denkfout
De meeste mensen denken: ik heb pensioen via mijn werk, dus het zit wel goed. Soms klopt dat. Maar wie tussen verschillende sectoren wisselt, een paar jaar minder verdient, of zelfstandig wordt zonder iets te regelen, bouwt sluipenderwijs een gat op dat pas zichtbaar wordt als het bijna te laat is om het nog comfortabel te dichten. Hoe eerder je het ziet, hoe goedkoper de oplossing — tien jaar maandelijks 200 euro opzijzetten doet meer dan op je zestigste in paniek een groot bedrag wegzetten.
Open mijnpensioenoverzicht.nl, bekijk je slechtweerscenario, en vraag jezelf af of je van dat bedrag zou willen leven. Het antwoord vertelt je precies wat je nu te doen staat.