Over vijf weken staat de eerste schooltas alweer bij de voordeur, en de rekening die daarbij hoort is groter dan de meeste ouders in juli beseffen. Een agenda van bijna dertien euro, een rekenmachine die op de gewenste lijst net iets duurder is dan vorig jaar, twee paar gymschoenen omdat je kind in de zomer is gegroeid — de kosten stapelen zich op nog voordat de eerste les is begonnen. Voor gezinnen met een kind op de middelbare school komt daar al snel driehonderd tot vierhonderd euro aan schoolspullen bij, los van de vrijwillige ouderbijdrage die de school in september op de mat legt. Op de basisschool liggen de bedragen lager, maar wie twee kinderen in verschillende groepen heeft, telt ook daar al snel op. Wie daarnaast een kind op het mbo, hbo of de universiteit heeft, rekent in 2026-2027 met heel andere bedragen: collegegeld, studieboeken en soms een laptop die net buiten het budget van de basisbeurs valt. Precies daarom is augustus het moment om vooruit te kijken in plaats van achteraf te schrikken. Wat betaalt de overheid eigenlijk al, wat blijft er voor jouw rekening over, en waar zit ruimte om te besparen zonder dat je kind iets tekortkomt?
Wat de overheid betaalt — en waar het voor jou begint
Gratis onderwijs bestaat niet — het bestaat alleen deels.
De rijksoverheid legt gemiddeld ruim zevenduizend driehonderd euro per leerling op de middelbare school neer, en dat bedrag dekt het grootste deel van wat een school nodig heeft: de lessen zelf, de meeste schoolboeken en het digitale lesmateriaal dat inmiddels op vrijwel elke school verplicht is. Wat daarbuiten valt, komt gewoon bij jou op de rekening terecht. Een atlas, een woordenboek, een rekenmachine met de juiste functies voor wiskunde B, sportkleding met het clublogo van de school, een setje multomappen dat na twee maanden alweer vervangen moet worden — dat zijn geen uitzonderingen, dat is de standaardlijst die elke mentor in de eerste schoolweek uitdeelt.
De vrijwillige ouderbijdrage: vrijwillig op papier
Gemiddeld vraagt een middelbare school ergens tussen de honderdveertig en tweehonderd euro per jaar als vrijwillige ouderbijdrage, bedoeld voor een schoolfeest, een excursie of extra begeleiding die niet uit de rijksbijdrage komt — het exacte bedrag verschilt sterk per school en staat meestal op de website onder "schoolkosten". Sinds de wetswijziging van 1 augustus 2021 mag een school je kind niet meer uitsluiten van een activiteit die bij het verplichte lesprogramma hoort als je niet betaalt — in theorie is de bijdrage dus precies wat het woord zegt: vrijwillig. In de praktijk ligt dat genuanceerder. Voor een meerdaagse skireis of een tweetalig traject vraagt een school vaak een aparte, hogere bijdrage die feitelijk noodzakelijk is om mee te kunnen, en daar helpt het woord "vrijwillig" weinig aan een kind dat liever niet als enige thuisblijft.
Op de basisschool: kleinere bedragen, maar niet nul
Heb je een kind op de basisschool, dan vraagt de school gemiddeld tussen de veertig en vijfenzeventig euro per jaar aan vrijwillige ouderbijdrage — voor Sinterklaas, het kerstdiner, de sportdag en een deel van het schoolreisje. Het schoolreisje zelf komt er vaak nog los bovenop, en loopt op van een paar tientjes voor een dagje dierentuin tot fors meer voor een schoolkamp in groep acht. Verplichte spullen zijn op de basisschool beperkter dan op de middelbare school: een goede rugtas, binnenschoenen voor de gymles vanaf groep drie, en soms een broodtrommel of drinkbeker met de juiste maat voor het kluisje. Wat niet nodig is: een dure merkrugtas die je kind na een jaar toch te klein vindt. Een middenklasser van twintig tot dertig euro doet het net zo goed als de versie van tachtig euro met de populaire cartoonfiguur erop, en in groep vijf wil je kind toch weer iets anders.
Rekenmachine, tas en gymkleren: de rekensom op de middelbare school
- Een rekenmachine met grafische functies voor wiskunde B kost al snel tussen de vijftien en vijfenveertig euro, afhankelijk van het merk dat de docent voorschrijft.
- Een degelijke schooltas, geen instapmodel dat na een half jaar scheurt bij de rits.
- Gymschoenen en sportkleding met het clublogo van de school — vaak alleen verkrijgbaar via één aangewezen winkel, wat de prijs opdrijft.
- Agenda, schriften, multomappen en pennen, samen meestal niet meer dan dertig euro als je niet voor de merkuitvoering kiest.
- En dan is er nog de laptop of tablet die veel scholen inmiddels verplicht stellen, een kostenpost die in het rijtje hierboven niet eens is meegerekend.
Opgeteld kom je voor een kind op de middelbare school al snel op driehonderd tot vierhonderd euro aan schoolspullen, los van de vrijwillige bijdrage en los van een eventuele laptop. Heb je twee kinderen op de middelbare school, dan verdubbel je die rekening zonder dat de kortingen evenredig meegroeien — de meeste winkels bieden geen gezinskorting op schoolspullen.
Van mbo tot universiteit: een heel andere rekensom
Heb je een kind dat na de zomer begint aan het mbo, dan reken je voor het schooljaar 2025-2026 met een lesgeld van 1.458 euro; de cijfers voor 2026-2027 maakt de Rijksoverheid doorgaans pas na de zomer bekend, dus check dat bedrag in augustus opnieuw voordat je een betaalregeling afsluit. Gaat je kind voor het eerst studeren aan een hogeschool of universiteit, dan is het collegegeld voor een voltijdopleiding in 2026-2027 vastgesteld op 2.694 euro; een deeltijd- of duale opleiding valt met 1.604 tot 2.694 euro net iets lager uit. Daarbovenop komt gemiddeld zestig euro per maand aan studieboeken en ander studiemateriaal, een bedrag dat de meeste studenten pas in de eerste collegeweek voor het eerst echt voelen. Studiefinanciering via DUO helpt een deel van die rekening op te vangen: de basisbeurs bedraagt in 2026 147,65 euro per maand voor een thuiswonende student en 344,26 euro voor wie op kamers gaat. Dat klinkt als een aardig bedrag, totdat je het naast de huur van een kamer in Utrecht of Groningen legt, waar je met driehonderd euro vaak niet eens een kale kamer buiten de stad vindt. Beter is om de aanvraag voor studiefinanciering ruim voor de inschrijvingsdeadline in te dienen — wie wacht tot de eerste collegeweek, staat soms weken zonder toelage terwijl de huur gewoon doorloopt.
Zo bespaar je zonder dat je kind iets tekortkomt
Vermijd de reflex om half augustus alles in één weekend bij elkaar te kopen — dat is precies het moment waarop de rekenmachine die je nodig hebt overal is uitverkocht en de tas die je kind mooi vindt alleen nog in de duurste kleur op voorraad is. Begin half juli met de lijst die de school al heeft gestuurd, en zoek eerst uit wat er nog bruikbaar is van vorig jaar; een rekenmachine of een goede schooltas gaat vaak meerdere jaren mee. Voor kleding zonder schoollogo — sportbroek, sokken, ondergoed voor bij de gymles — is een winkel als Zeeman of Kruidvat vaak goedkoper dan de aanbevolen sportzaak, en niemand op school controleert het merkje. Tweedehands schoolboeken en studieboeken vind je via Vinted, Marktplaats of een gespecialiseerde tweedehandsboekenwinkel voor een fractie van de nieuwprijs, al is dat voor verplicht digitaal lesmateriaal niet altijd een optie. Kom je er financieel niet uit, dan is een aanvraag bij Stichting Leergeld of via het samenwerkingsverband Sam& geen schande — die organisaties bestaan precies voor gezinnen die de vrijwillige ouderbijdrage, een schoolreisje of sportcontributie niet kunnen missen zonder dat hun kind buiten de boot valt. Niet nodig is de duurste variant van elk item: de merkloze rekenmachine met dezelfde functies rekent net zo goed als het duurdere model met het bekende logo erop. Heb je liever niet in één keer honderd euro of meer over te maken? Vraag de administratie naar een betaling in termijnen — de meeste scholen bieden dat gewoon aan, ook al staat het zelden duidelijk op de website.
Spreid de kosten in plaats van ze in één keer te voelen
De echte besparing zit niet alleen in losse aankopen, maar in het moment waarop je betaalt. Wie in januari begint met veertig euro per maand opzij te zetten op een aparte spaarrekening, heeft in augustus zonder moeite driehonderd tot driehonderdtwintig euro staan — precies genoeg voor schoolspullen en een deel van de vrijwillige bijdrage, zonder dat de rekening in één keer hard aankomt. De meeste banken bieden hiervoor een gratis doelspaarrekening aan die je los van je gewone buffer kunt beheren, zodat het bedrag niet per ongeluk opgaat aan iets anders in juni. Voor een kind dat naar het mbo of hbo gaat, geldt hetzelfde principe, alleen dan voor een groter bedrag: reken het collegegeld en de eerste maand studieboeken vooraf door, verdeel dat over tien maanden, en zet apart wat er nodig is voordat de eerste factuur van DUO of de onderwijsinstelling binnenkomt. Een simpele agenda-herinnering op 1 januari is vaak het enige duwtje dat nodig is om die gewoonte vol te houden tot en met juni.
Dan is de eerste schoolweek van 2026-2027 een kwestie van tassen inpakken, niet van bankafschriften checken.