Je zit op een terras in Spanje, de rekening komt, en de pinautomaat verderop biedt aan om in euro's af te rekenen in plaats van de lokale munt. Klinkt handig. Het is bijna altijd de duurste keuze die je die dag maakt. Net voor de zomervakantie van 2026 is dit het moment om even stil te staan bij hoe je je geld meeneemt, want de verschillen tussen banken en kaarten lopen flink op.
De stille kostenpost: koersopslag en omrekenen
De grootste lekkage zit niet in opvallende kosten, maar in de wisselkoers. Banken rekenen vaak een opslag van 1,2 procent bovenop de echte koers als je buiten de eurozone pint of betaalt. Bij ING en Rabobank zit die marge er standaard in zodra je in ponden, kroon of bijvoorbeeld Kroatische zaken doet die nog niet helemaal in euro lopen. Op een vakantiebudget van 2.000 euro praat je dan al snel over 24 euro die gewoon verdampt, zonder dat je het op je rekening terugziet als losse post.
Daar komt nog iets bij waar veel mensen intrappen: dynamic currency conversion, oftewel de vraag of je in euro's wilt afrekenen. Zeg altijd nee. Kies de lokale munt. De automaat of het betaalapparaat rekent anders om tegen een koers die de winkelier zelf mag bepalen, en dat is structureel slechter dan wat je eigen bank doet. Dit geldt zelfs binnen de EU, in landen als Tsjechië, Polen of Hongarije die hun eigen munt houden.
Welke kaart neem je mee?
Hier maak je het echte verschil. Een gewone betaalrekening is prima binnen de eurozone, maar daarbuiten loont een kaart zonder of met lage wisselkosten. De opties op een rij:
- Een rekening bij een online bank zoals bunq of Revolut rekent vaak tegen de interbancaire koers, soms tot een bepaald maandbedrag gratis. Voor wie buiten de eurozone reist scheelt dat het meest.
- Je creditcard van ICS (de bekende blauwe of de Gold-variant) rekent ook wisselkosten, maar geeft je wel meer bescherming bij annuleringen en geschillen.
- Contant geld pin je het best in één keer bij een echte bankautomaat, niet bij die felgele Euronet-automaten op toeristische pleinen — die hanteren beruchte koersen en hoge vaste kosten.
- En laat reischeques echt thuis; die accepteert vrijwel niemand meer.
Mijn advies: neem twee kaarten mee van verschillende soorten, op verschillende plekken in je tas. Raak je er een kwijt, dan sta je niet met lege handen op een camping in de Ardèche.
Eén kanttekening bij de online banken: lees de kleine lettertjes over de gratis ruimte. Revolut laat je in het gratis abonnement maar tot een bepaald bedrag per maand kosteloos pinnen, en in het weekend rekenen ze soms een extra opslag omdat de wisselmarkten dan dicht zijn. Voor een weekendje weg merk je dat amper, maar wie drie weken door Noorwegen of Zwitserland trekt en flink pint, kan beter even rekenen of een betaald abonnement van een paar euro per maand zich terugverdient.
Pinnen of contant: het hangt van het land af
In Scandinavië en grote delen van Duitsland kun je bijna overal pinnen, soms zelfs voor een koffie van twee euro. Maar zodra je naar Zuid-Europa gaat, verandert het beeld. Een klein restaurant in een Italiaans bergdorp of een marktkraam in Griekenland wil vaak gewoon cash. Reken erop dat je daar een buffer van 100 tot 150 euro contant op zak hebt, anders sta je voor schut bij de lokale slager die je picknick zou verzorgen.
Praktische dingen die je vóór vertrek regelt
Zet je daglimiet voor pinnen en betalen tijdelijk hoger via je bankapp, want de standaardlimiet van veel rekeningen blokkeert net die ene grote boeking of huurauto-borg. Geef bij sommige banken ook nog steeds door dat je naar het buitenland gaat, al is dat tegenwoordig vaak niet meer nodig — controleer het even, want een geblokkeerde kaart op dag één is geen lekker begin.
Houd verder rekening met de borg voor een huurauto. Verhuurders blokkeren vaak 1.000 tot 1.500 euro op je creditcard, niet je betaalkaart, en dat bedrag staat een tot twee weken vast. Heb je een krappe limiet, dan loop je vast bij de balie terwijl het gezin in de hitte staat te wachten. Even checken voordat je vertrekt scheelt een hoop gedoe — en dat is precies het soort detail dat een vakantie maakt of breekt.