Nog geen jaar geleden stond 1 januari 2027 bij duizenden zzp'ers rood omcirkeld in de agenda: de datum waarop een arbeidsongeschiktheidsverzekering niet langer vrijwillig zou zijn. Die datum is inmiddels van tafel. Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie liet begin dit jaar weten dat de invoering van de verplichte AOV wordt uitgesteld naar 1 januari 2030, drie jaar later dan oorspronkelijk gepland. De reden is nuchter: het UWV en de Belastingdienst hebben simpelweg meer tijd nodig om het nieuwe systeem uit te voeren, van premie-inning tot uitkeringsbeoordeling.
Voor wie nu als zelfstandige werkt, verandert er dus nog niets aan de dagelijkse praktijk. Maar de wet zelf verdwijnt niet in een la. Eind maart 2026 stuurde het kabinet het wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, kortweg Wet BAZ, naar de Tweede Kamer. Er zit haast achter: de deadline voor dit onderdeel van het wetgevingstraject is 31 augustus 2026, gekoppeld aan Europese afspraken rond het coronaherstelfonds. Haalt Nederland die datum niet, dan staat er volgens berichtgeving zo'n 600 miljoen euro aan Europese steun op het spel. De Tweede Kamer moet het voorstel nog bespreken en amenderen, waarna ook de Eerste Kamer akkoord moet geven voordat er van een definitieve wet sprake is.
Wat de Wet BAZ precies regelt
De BAZ verplicht zelfstandige IB-ondernemers, dus mensen die inkomstenbelasting aangeven als winst uit onderneming, om zich te verzekeren tegen inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Dat klinkt breed, maar er zijn concrete uitzonderingen. Directeuren-grootaandeelhouders met een bv vallen buiten de regeling, net als ondernemers die grotendeels in loondienst werken en via hun werkgever al verzekerd zijn tegen het minimumloon. Meewerkende echtgenoten en mensen die de AOW-leeftijd al hebben bereikt, hoeven zich evenmin te verzekeren. Voor de rest van de zelfstandigen in Nederland — en dat zijn er meer dan een miljoen — wordt verzekeren straks geen keuze meer, maar een verplichting via de Belastingdienst.
Waarom voert het kabinet dit door, ondanks de weerstand vanuit ondernemersorganisaties? Minister Aartsen wijst op een cijfer dat al jaren rondgaat in Haagse rapporten: driekwart van de zelfstandigen in Nederland is momenteel niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Vaak is dat een bewuste keuze omdat een AOV duur is, maar minstens zo vaak wordt iemand simpelweg geweigerd door een verzekeraar vanwege leeftijd of een medisch verleden. Raak je dan toch arbeidsongeschikt, dan is bijstand vaak het enige vangnet, met het vermogen in je bedrijf als eerste struikelblok voor die aanvraag.
Wat gaat de verplichte AOV kosten
De premie is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en bedraagt bruto 5,4 procent van de winst, met een maximum per maand.
Voor de peildatum 2025 lag dat maximum op ongeveer 171 euro per maand. Voor 2026 is dat bedrag al opgehoogd naar circa 177 euro, en de verwachting voor 2027 ligt rond de 181 tot 185 euro, telkens meebewegend met de ontwikkeling van het minimumloon. Ter vergelijking: eerdere ramingen uit 2023 en 2024 kwamen nog uit op 225 respectievelijk 195 euro per maand. Dat de premie inmiddels lager uitpakt, komt vooral doordat de wachttijd is verlengd van één naar twee jaar — hoe langer je zelf het risico draagt voordat de uitkering ingaat, hoe lager de premie die de collectieve verzekering hoeft te vragen. De premie is fiscaal aftrekbaar en loopt, net als de inkomstenbelasting, via de Belastingdienst.
Wat je ervoor terugkrijgt bij arbeidsongeschiktheid
De uitkering bedraagt 70 procent van je belastbare winst, met een maximum ter hoogte van het wettelijk minimumloon. Ben je goed verdienende zzp'er met een winst ruim boven modaal, dan dekt de basisverzekering dus slechts een deel van je inkomen — voor het overige blijft een aanvullende particuliere polis nodig als je dat gat wilt dichten. De uitkering loopt door tot je de AOW-leeftijd bereikt en wordt uitgevoerd door het UWV, dat ook de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling doet. Belangrijk detail: de wachttijd voordat er überhaupt een uitkering start, is vastgesteld op 24 maanden. Dat is twee keer zo lang als het oorspronkelijke voorstel van twaalf maanden, en het is precies de knop waaraan het kabinet heeft gedraaid om de premie betaalbaar te houden.
Zelf verzekeren mag ook, onder strikte voorwaarden
Wie liever bij de eigen, particuliere verzekeraar blijft, krijgt daar de ruimte voor — maar niet zomaar. Een eigen AOV komt alleen in aanmerking voor de opt-out als de premie minstens gelijk is aan wat de verplichte AOV zou kosten, de uitkering niet lager ligt dan bij het publieke stelsel, en de dekking doorloopt tot de AOW-leeftijd. Overstappen tussen het publieke stelsel en een private polis kan bovendien niet op elk moment: dat mag maximaal één keer per jaar, per 1 januari of aan het einde van een kalenderjaar. Verzekeraars die klanten buiten het publieke stelsel houden, betalen daarvoor een zogeheten stabiliteitsbijdrage van 25 tot 35 euro per maand per polishouder, bedoeld om te voorkomen dat vooral de goedkoop te verzekeren, gezonde zzp'ers massaal wegstromen naar de private markt en de collectieve premie voor de rest juist stijgt.
Reken zelf: wat betekent 5,4 procent voor jouw winst
Draai je als zzp'er een winst van 30.000 euro per jaar, dan kom je met de premie van 5,4 procent uit op zo'n 1.620 euro per jaar, oftewel 135 euro per maand — ruim onder het maximum. Bij een winst van 45.000 euro loopt de rekensom anders: 5,4 procent daarvan is 2.430 euro per jaar, omgerekend 202,50 euro per maand, maar daar grijpt het maximum in. Je betaalt dan het maandmaximum van circa 177 euro voor 2026, niet het volledige percentage. Met andere woorden: hoe hoger je winst boven een bepaalde drempel uitkomt, hoe gunstiger de premie zich verhoudt tot je inkomen, simpelweg omdat het bedrag aan de bovenkant wordt afgetopt.
Die cap werkt averechts voor de uitkeringskant. Verdien je 45.000 euro winst en word je arbeidsongeschikt, dan krijg je niet 70 procent van die 45.000 euro uitgekeerd — het maximum ligt op het wettelijk minimumloon, ongeacht hoeveel winst je normaal maakt. Voor zzp'ers met een modaal of bovenmodaal inkomen betekent dit een aanzienlijke inkomensterugval bij arbeidsongeschiktheid, wat precies de reden is waarom brancheorganisaties adviseren de basisverzekering te blijven combineren met een aanvullende private polis voor het deel van het inkomen boven het minimumloon.
Waarom nu al actie loont, ook al ligt 2030 nog ver weg
Heb je vandaag al een particuliere AOV lopen, dan is er goed nieuws: er komt een overgangsregeling voor bestaande polissen die zijn afgesloten vóór een nog vast te stellen peildatum. Die polis blijft geldig als de eindleeftijd niet lager ligt dan 55 jaar, de wachttijd niet langer is dan twee jaar, en er geen beperkte uitkeringstermijn geldt. De exacte peildatum is nog niet bekendgemaakt door het ministerie, maar wie nu een AOV afsluit of aanpast, doet er verstandig aan om die drie voorwaarden meteen te checken bij de eigen verzekeraar of adviseur. Voldoet je polis niet, dan loop je het risico dat je bij de invoering van de wet alsnog wordt overgezet naar het publieke stelsel, met de bijbehorende premie en voorwaarden.
Toch is overhaast bijtekenen niet voor iedereen de beste zet. Ben je jong, gezond en kun je bij een verzekeraar een scherp geprijsde polis afsluiten met een kortere wachttijd dan de verplichte AOV, dan betaal je bij een private verzekeraar vaak minder dan de uiteindelijke publieke premie van rond de 180 euro — zeker onder de 35 jaar, wanneer het premietarief nog laag is. Voor wie ouder is of een medische voorgeschiedenis heeft, ligt dat anders: de kans op weigering of een fors hogere premie bij een private verzekeraar is dan reëel, en de verplichte AOV van 2030 biedt juist voor die groep straks een acceptatieplicht die er nu niet is. Vergelijk daarom niet alleen de premie, maar ook de acceptatievoorwaarden en de wachttijd, en reken uit welk scenario bij je leeftijd en gezondheid past voordat je een handtekening zet.
De Wet BAZ staat niet op zichzelf
De verplichte AOV maakt deel uit van een breder wetgevingspakket rond zelfstandig ondernemerschap. Een week voordat het kabinet de Wet BAZ naar de Tweede Kamer stuurde, keurde de ministerraad ook het rechtsvermoeden van werknemerschap goed, een regeling die het voor opdrachtgevers lastiger maakt om iemand structureel als zzp'er in te huren tegen een laag uurtarief zonder dat er feitelijk sprake is van een dienstverband. Beide wetten hangen samen met de Zelfstandigenwet, waarin de zogeheten ondernemerstoets wordt uitgewerkt: wie straks als zelfstandige wil blijven werken, moet aantonen dat dit ook daadwerkelijk ondernemerschap is, en verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid wordt daarbij een van de voorwaarden. Voor de agrarische sector is er, ondanks lobby van BBB en SGP, vooralsnog geen aparte opt-outregeling opgenomen.
Wat dit betekent voor je begroting als ondernemer
Reken je nu al met een uurtarief of jaarbudget voor de komende jaren, dan is het slim om een structurele post van 170 tot 185 euro per maand vanaf 2030 mee te nemen in je prijsstelling. Dat bedrag komt bovenop de zelfstandigenaftrek die het kabinet juist verder afbouwt, en bovenop de eventuele pensioenpremie die je al apart reserveert. Voor een zzp'er met een winst rond het modaal inkomen loopt de jaarlijkse lastenverzwaring dus al snel op tot boven de 2.000 euro, wat een reëel effect heeft op het uurtarief dat je moet vragen om hetzelfde nettoresultaat te behouden. Wacht niet tot 2029 om dat door te rekenen — begin er dit boekjaar mee, zodat de stijging geleidelijk in je tarieven kan landen in plaats van in één klap.