Wie spaart of belegt, krijgt vroeg of laat met box 3 te maken: de manier waarop de Belastingdienst je vermogen belast. Veel mensen vinden het ingewikkeld, en de regels zijn de afgelopen jaren flink veranderd. Toch loont het om de hoofdlijnen te begrijpen, want het raakt direct je nettorendement.
Wat valt er in box 3
In box 3 zit kort gezegd je vermogen dat niet in een onderneming of eigen woning zit. Denk aan:
- spaargeld op betaal- en spaarrekeningen;
- beleggingen zoals aandelen, obligaties en fondsen;
- een tweede woning of verhuurd vastgoed.
Je eigen woning waarin je woont valt er juist niet in; die hoort bij box 1.
Het heffingsvrije vermogen
Niet je hele vermogen wordt belast. Iedereen heeft een heffingsvrij deel waarover je niets betaalt. Pas boven die grens komt het vermogen in de heffing. Voor fiscaal partners geldt het vrijgestelde bedrag samen, wat ruimte geeft om vermogen handig te verdelen. Controleer ieder jaar de actuele bedragen, want ze worden periodiek bijgesteld.
Sparen en beleggen worden verschillend behandeld
Een belangrijk punt is dat spaargeld en beleggingen niet op dezelfde manier worden benaderd. Voor spaargeld wordt gerekend met een rendement dat dicht bij de spaarrente ligt, voor beleggingen met een hoger verondersteld rendement. Dat betekent dat dezelfde euro fiscaal anders uitpakt afhankelijk van waar je hem hebt staan.
Wat dit voor je keuzes betekent
Het is verstandig je vermogen niet alleen op rendement, maar ook op de fiscale behandeling te bekijken. Soms loont het om vermogen te verdelen tussen partners of een deel in te zetten voor het aflossen van schulden, omdat schulden je box 3-vermogen onder voorwaarden verlagen. Bij grotere bedragen kan advies de moeite waard zijn. De regels blijven in beweging, dus blijf je elk jaar op de hoogte van de actuele situatie.