Box 3 in 2026: de overgang naar belasting op werkelijk rendement

Box 3 in 2026: de overgang naar belasting op werkelijk rendement

De belasting op vermogen in box 3 is jarenlang een twistpunt geweest. De kern van de discussie: mensen werden belast op een verondersteld rendement, terwijl hun werkelijke opbrengst soms heel anders was. Daarom beweegt het stelsel richting een heffing die dichter bij het echte rendement ligt. Het is goed om te begrijpen wat dat voor je betekent.

Waarom het systeem op de schop ging

In het oude stelsel rekende de Belastingdienst met een fictief, gemiddeld rendement. Wie zijn geld op een spaarrekening had staan, betaalde soms belasting over winst die er nooit was. De rechter oordeelde dat dit voor bepaalde gevallen niet door de beugel kon, en dat zette de hervorming in gang.

De richting: werkelijk rendement

Het uitgangspunt van de nieuwe aanpak is dat je wordt belast op wat je vermogen daadwerkelijk oplevert. Dat omvat in grote lijnen:

  • Directe opbrengsten: rente, dividend en huur die je ontvangt.
  • Waardeontwikkeling: de toe- of afname van de waarde van je beleggingen.

Dat laatste maakt het complexer, omdat ook nog niet verzilverde waardestijgingen kunnen meetellen.

Wat dit praktisch betekent

Voor spaarders met vooral spaargeld verandert er minder, omdat de werkelijke rente nu het uitgangspunt is. Voor beleggers wordt het belangrijker om een goede administratie bij te houden: aankoopwaarde, opbrengsten en eindwaarde per jaar. Goede vastlegging voorkomt verrassingen bij de aangifte.

Blijf bij de actuele regels

De exacte uitwerking en invoeringsmomenten zijn onderhevig aan politieke besluitvorming en kunnen schuiven. Ga daarom niet uit van oude vuistregels, maar controleer per belastingjaar wat er precies geldt. Twijfel je bij een groter vermogen, dan kan een belastingadviseur helpen om je situatie goed in kaart te brengen. De grote lijn is in elk geval duidelijk: de heffing beweegt van fictie naar werkelijkheid.