Spaargeld vastzetten of vrij houden: wanneer loont een deposito

Spaargeld vastzetten of vrij houden: wanneer loont een deposito

Wie spaart, staat voor een keuze: laat je je geld vrij opneembaar staan, of zet je het voor een vaste periode vast in een deposito? Beide hebben hun plek. Het draait om de afweging tussen een hogere rente en de vrijheid om altijd bij je geld te kunnen.

Het verschil in het kort

Bij een vrije spaarrekening kun je elk moment opnemen, maar de rente is doorgaans lager en kan op elk moment veranderen. Bij een termijndeposito leg je je geld voor bijvoorbeeld een tot vijf jaar vast tegen een vooraf afgesproken, vaste rente. Die rente ligt meestal hoger, juist omdat je toezegt het geld niet tussentijds op te nemen.

Wanneer een deposito past

  • Je hebt het geld voorlopig niet nodig: spaar je voor iets over een paar jaar, dan kun je het rustig vastzetten.
  • Je wilt zekerheid over de rente: een vaste rente beschermt je tegen dalingen tijdens de looptijd.
  • Je hebt al een noodbuffer: zet alleen geld vast dat je niet plotseling nodig hebt.

De keerzijde

Tussentijds opnemen kan vaak niet, of alleen tegen een boete. Stijgt de marktrente tijdens je looptijd, dan zit je vast aan het oude, lagere tarief. Vastzetten is dus geen gratis extraatje, maar een ruil van flexibiliteit tegen zekerheid.

Een tussenoplossing: de depositoladder

Wie niet alles tegelijk wil vastzetten, kan een depositoladder maken. Je verdeelt je spaargeld over deposito's met verschillende looptijden, bijvoorbeeld een, twee en drie jaar. Elk jaar komt een deel vrij, dat je opnieuw kunt vastzetten of gebruiken. Zo combineer je een hogere gemiddelde rente met regelmatige toegang tot een deel van je geld.

De kern blijft: houd je noodbuffer vrij opneembaar en zet alleen het geld vast dat je echt kunt missen. Dan werkt een deposito in je voordeel in plaats van dat het je klemzet.