Zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget zijn voor veel huishoudens een welkome aanvulling. Maar het zijn voorschotten, gebaseerd op een schatting van je inkomen. Klopt die schatting niet, dan moet je achteraf terugbetalen. Met een beetje oplettendheid voorkom je die nare verrassing.
Waarom je moet terugbetalen
De Belastingdienst betaalt toeslagen vooruit op basis van je verwachte jaarinkomen. Pas na afloop van het jaar wordt gekeken wat je werkelijk hebt verdiend. Verdiende je meer dan geschat, dan had je recht op minder toeslag en moet je het verschil terugbetalen.
Wanneer gaat het mis?
- Je krijgt een salarisverhoging of een nieuwe, beter betaalde baan.
- Je gaat samenwonen, waardoor het inkomen van je toeslagpartner meetelt.
- Je werkt meer uren of krijgt een bonus.
- Je vermogen stijgt boven de grens die voor de toeslag geldt.
Hou je gegevens actueel
Geef wijzigingen meteen door
Verandert je situatie, pas dan zo snel mogelijk je geschatte inkomen aan in Mijn toeslagen. De toeslag wordt dan direct bijgesteld, zodat je niet maandenlang te veel ontvangt en achteraf een grote rekening krijgt.
Schat liever voorzichtig
Twijfel je over je inkomen, schat dan aan de hoge kant. Je ontvangt dan iets minder voorschot, maar krijgt na afloop juist geld terug in plaats van een naheffing. Voor veel mensen is dat rustiger.
Let op de vermogensgrens
Voor de zorgtoeslag en huurtoeslag geldt ook een grens aan je vermogen. Spaar je flink of erf je een bedrag, dan kun je het recht op toeslag verliezen. Controleer dit jaarlijks, want overschrijding op de peildatum kan je de hele toeslag kosten.
Conclusie
Toeslagen zijn handig, maar blijven voorschotten. Houd je inkomen en situatie actueel in het portaal van de Belastingdienst en schat liever aan de voorzichtige kant. Zo voorkom je dat een meevaller nu uitmondt in een tegenvaller later.