Box 3 vóór 1 januari 2027: wat je nu nog kunt doen aan je vermogen

De vrijstelling voor groen beleggen in box 3 daalt in 2027 van €26.715 naar €200. Wat dat en de rest van het Belastingplan betekenen voor jouw spaargeld en beleggingen vóór de peildatum van 1 januari.

Box 3 vóór 1 januari 2027: wat je nu nog kunt doen aan je vermogen

Wie op 1 januari 2027 om middernacht een deel van zijn vermogen in een groenfonds heeft staan, betaalt daar vanaf de aangifte van 2028 opeens flink meer belasting over. De vrijstelling voor groene beleggingen daalt van maximaal €26.715 per persoon in 2026 naar een symbolisch bedrag van €200 — een verlaging van meer dan 99%. Voor fiscale partners gaat het van €53.430 naar €400. Dat is geen kleine bijstelling in het Belastingplan 2027, dat het kabinet op Prinsjesdag heeft gepresenteerd. Het is het einde van een van de laatste fiscaal aantrekkelijke manieren om vermogen in box 3 onder te brengen, en het is precies het soort verandering waar je nog vóór 31 december iets mee kunt doen.

Box 3 werkt met een peildatum: je vermogen op 1 januari bepaalt de belasting voor het hele jaar erna. Verkoop je op 2 januari je aandelen en zet je het geld op een spaarrekening, dan helpt dat niets meer voor dat belastingjaar — de teller staat al vast. Precies daarom is de laatste week van december het moment waarop actie nog zin heeft, niet de maand waarin je de blauwe envelop op de mat krijgt.

De peildatum beslist, de rest van het jaar niet

De Belastingdienst kijkt op 1 januari naar drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen (beleggingen, een tweede woning, crypto) en schulden. Voor elke categorie geldt een eigen forfaitair rendement, en dat rendement wordt vermenigvuldigd met je saldo op die ene dag. Voor 2026 zijn de voorlopige percentages 1,28% voor banktegoeden en 2,70% voor schulden; het percentage voor overige bezittingen ligt definitief vast op 6,00%. Vanaf 2027 stijgt dat laatste percentage naar 6,37%, terwijl het heffingsvrij vermogen licht meestijgt van €59.357 naar €60.098 per persoon — €120.196 voor fiscale partners samen. Het tarief zelf blijft 36%.

Dat klinkt als saaie boekhouding, maar het effect is concreet. Stel dat je €80.000 aan beleggingen hebt en geen fiscaal partner. In 2026 betaal je daarover, na aftrek van het heffingsvrij vermogen, ongeveer €447 aan box 3-belasting. Onder de 2027-percentages loopt dat op naar zo'n €458 — een klein verschil per huishouden, maar bij een half miljoen beleggende huishoudens in Nederland tikt dat landelijk stevig aan. Voor wie meer vermogen heeft, groeit het verschil evenredig mee. En wie twijfelt of het de moeite waard is om dit precies uit te rekenen: bij een vermogen boven twee ton is het antwoord vrijwel altijd ja.

Groen beleggen: de grootste ingreep van dit Belastingplan

De vrijstelling voor groene beleggingen bestaat om spaarders te belonen die geld stoppen in fondsen zoals het Triodos Groenfonds of vergelijkbare producten bij ASN Bank — instellingen die het geld investeren in windparken, biologische landbouw of energiezuinige woningbouw. Tot en met 2026 kun je met zo'n belegging tot €26.715 (of €53.430 met een fiscaal partner) buiten je box 3-grondslag houden, plus een extra heffingskorting van 0,7% over het vrijgestelde bedrag. Vanaf 2027 verdwijnt dat voordeel vrijwel volledig, en in 2028 verdwijnt de regeling helemaal.

Heb je nu geld in een groenfonds staan puur voor het belastingvoordeel? Dan is er weinig reden om dat na 1 januari 2027 nog aan te houden — het rendement van groenfondsen ligt doorgaans lager dan van een reguliere beleggingsrekening, en zonder de vrijstelling valt de enige compensatie daarvoor weg. Beleg je er juist om inhoudelijke redenen, om je spaargeld daadwerkelijk in duurzame projecten te laten zitten, dan verandert er feitelijk niets aan je motivatie, alleen aan het fiscale plaatje. Check vóór 31 december wat je saldo is en beslis dan bewust, niet achteraf via de belastingaangifte van 2028.

Heffingsvrij vermogen: kleine stijging, en de ruimte van je partner

Het heffingsvrij vermogen stijgt van €59.357 naar €60.098 per persoon. Op zichzelf is dat geen reden om iets te doen — het gaat automatisch, en de stijging compenseert amper de inflatie. Waar wél winst te halen valt, is bij fiscale partners die hun vermogen ongelijk hebben verdeeld. Heeft één partner €150.000 op een spaarrekening staan en de ander niets, dan benut het huishouden slechts één keer het heffingsvrij vermogen effectief, ook al staat er op papier €120.196 vrijgesteld voor het paar samen. Verdeel je het vermogen in de aangifte zelf via de vrije verdeling van de rendementsgrondslag — dat kan zonder het geld daadwerkelijk over te boeken — dan gebruik je de volledige vrijstelling van beide partners.

Dit is een van de weinige acties in box 3 die je niet vóór 1 januari hoeft te regelen, maar pas bij de aangifte zelf, via de optie "vrije toerekening" op het aangifteformulier. Toch is het slim om er nu al naar te kijken, zeker als je specifiek voor de peildatum nog geld tussen rekeningen overweegt te verschuiven — dan weet je vooraf hoeveel ruimte er al is, zonder dat je onnodig gaat schuiven.

Beleggen wordt relatief duurder dan sparen

Het verschil tussen het forfait op beleggingen (6,37% vanaf 2027) en dat op banktegoeden (1,28% voorlopig voor 2026, met een vergelijkbare orde van grootte verwacht voor 2027) wordt met elke Prinsjesdag groter. Voor huishoudens die relatief veel op een spaarrekening houden en weinig beleggen, verandert er weinig. Voor wie een fors deel van het vermogen in aandelen, obligaties of een tweede woning heeft zitten, tikt het verschil harder aan dan de meeste mensen beseffen.

Twee kanttekeningen zijn hier op hun plaats. Ten eerste: de tegenbewijsregeling bestaat nog steeds. Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager lag dan het forfaitaire rendement, dan mag je in de aangifte het werkelijke bedrag gebruiken — dat is sinds de Kerstarresten van de Hoge Raad verplicht, en de Belastingdienst faciliteert dit inmiddels met een los formulier. Ten tweede: vlak vóór de peildatum je beleggingen verkopen om ze daarna als spaargeld op te geven, werkt niet meer. Daar komt de volgende sectie op terug.

Schulden aflossen vóór 31 december: wanneer het loont

Schulden in box 3 tellen mee als negatief vermogen, tegen een forfait van 2,70% (voorlopig, 2026). Heb je een persoonlijke lening, een creditcardschuld of een studieschuld die niet in box 1 valt, dan verlaagt aflossen vóór de peildatum je grondslag — mits de schuld boven de drempel uitkomt die de Belastingdienst per persoon hanteert. Onder die drempel telt een schuld helemaal niet mee, dus aflossen van een klein bedrag heeft geen enkel effect op je aanslag.

Beter is: reken eerst uit of je totale schuld boven de drempel uitkomt, en los pas daarna af als dat het geval is. Vermijd het aflossen van een hypotheek op je eigen woning met dit doel — die valt onder box 1, niet onder box 3, en het fiscale voordeel van aflossen zit daar in de hypotheekrenteaftrek, niet in de vermogensrendementsheffing.

Waarom schuiven vlak vóór nieuwjaar niet meer werkt

Dat werkt niet meer.

Tot een paar jaar geleden was het gangbare advies om vlak voor 1 januari beleggingen te verkopen, het geld tijdelijk op een spaarrekening te zetten en na de jaarwisseling weer te beleggen — omdat spaargeld destijds een veel lager forfait had dan beleggingen, leverde die kunstgreep direct belastingvoordeel op. De Belastingdienst hanteert inmiddels een peildatumarbitrage-regel: bezittingen die je binnen een korte periode rond 1 januari omzet naar een andere categorie en kort daarna weer terugzet, worden voor de belastingheffing toch tegen hun oorspronkelijke categorie gerekend. Banken zoals ABN AMRO waarschuwen klanten daar inmiddels actief voor. Wie het toch probeert, loopt het risico op een correctie én, bij herhaling, op een vergrijpboete wegens opzet. Het is geen grijs gebied meer — het is een dichtgetimmerde route.

Werkelijk rendement komt er niet in 2027

Al sinds de Kerstarresten van 2021 werkt Den Haag aan een stelsel waarin je daadwerkelijk gerealiseerd rendement wordt belast in plaats van een forfaitair percentage. Dat stelsel zou aanvankelijk per 2027 ingaan. In december 2024 maakte het kabinet al bekend dat 2027 niet haalbaar is; op deze Prinsjesdag is bevestigd dat er zelfs geen novelle bij het wetsvoorstel is ingediend, omdat de dekking voor verzachtende maatregelen ontbreekt. 2028 is het vroegst mogelijke moment, en gezien het trackrecord van dit dossier is ook die datum niet in beton gegoten.

Voor jouw jaareindeplanning betekent dit vooral één ding: reken voor 2027 nog gewoon met het forfaitaire stelsel zoals het nu is aangekondigd, en wacht niet op een systeem dat volgend jaar toch nog niet ingaat.

Wat je deze week concreet kunt doen

Log in bij je bank en bekijk je actuele saldo op beleggings- en spaarrekeningen. Bereken of je boven het heffingsvrij vermogen van €60.098 (of €120.196 met een fiscaal partner) uitkomt — en zo ja, met hoeveel. Heb je een groenfonds bij Triodos of ASN puur voor het belastingvoordeel, beslis dan nu of je dat na 1 januari nog wilt aanhouden, niet in april bij het invullen van de aangifte. Heb je schulden boven de drempel, reken uit of aflossen vóór 31 december verschil maakt. En laat elke gedachte aan een tijdelijke omzetting van beleggingen naar spaargeld rond de jaarwisseling varen — die deur is dicht.